Kun je je een inkoper voorstellen die overweegt een tweedehands Fiat Panda óf een splinternieuwe Ferrari te kopen? Waarschijnlijk niet. Zulke extremen vergelijk je niet binnen één aankoop. Toch gebeurt precies dat in aanbestedingen die de prijsscoremethode Score = Maximale punten* Laagste prijs /Aangeboden prijs gebruiken. Deze methode noem ik vanaf nu de Panda-Ferrari-methode. Panda-Ferrari wordt vaak gebruikt: uit recent onderzoek van Ruben Boer blijkt dat zij in bijna 30 procent van circa 6000 overheidsaanbestedingen voorkomt. Het is daarmee de populairste prijsscoremethode, waarmee voor miljarden euro’s wordt ingekocht. Panda-Ferrari is een zogeheten relatieve scoremethode, waarbij de prijsscore van een offerte afhangt van de laagst aangeboden prijs. Veel discussie over relatieve methodes gaat over rangorde-omkering (zie bijvoorbeeld advies 504 van de Commissie van Aanbestedingsexperts): de rangorde van offertes kan veranderen als de laagste prijs wegvalt of er een nieuwe bijkomt, zelfs als de offerte met de laagste prijs op de laatste plaats staat. Het al dan niet deelnemen of wegvallen van niet-competitief bedrijf C kan dus bepalen of bedrijf A of juist bedrijf B een aanbesteding wint.
Dit is een belangrijk probleem, maar niet het enige. Een ander probleem, specifiek voor Panda-Ferrari, is de vorm van de methode: het is geen rechte lijn, maar een ‘holle’ lijn. Dit betekent dat kleine prijsverschillen dicht bij de laagste prijs relatief zwaar worden bestraft, terwijl verschillen bij hogere prijzen nauwelijks effect hebben. Het resultaat is een vreemd prikkelprofiel. Inschrijvers worden gestimuleerd óf heel goedkoop (de Panda) óf heel duur (de Ferrari) aan te bieden. Steeds meer academische literatuur en handreikingen, zoals de PIANOo- handreiking beste prijs-kwaliteitverhouding, pleiten mede daarom voor gunningsmethodes zoals Gunnen op Waarde, waarvoor geen prijsscore nodig is, of voor rechte of ‘bolle’ absolute scoremethodes. Bij absolute scoremethodes staat er een prijsrange in de offerte-aanvraag, bijvoorbeeld 100 punten voor 10.000 euro en 0 punten voor 20.000 euro met daartussen een rechte of bollelijn.
In de eerdergenoemde dataset van circa 6000 aanbestedingen komen veel holle relatieve scoremethodes voor, maar opvallend genoeg geen holle absolute scoremethode. Dat kan twee dingen betekenen: 1) inkopers die met absolute methodes werken, snappen dat ‘hol’ niet werkt en 2) inkopers die met Panda-Ferrari werken, weten niet dat ze een holle methode gebruiken. Zowel rangorde-omkering als het Panda-Ferrari-effect maken het moeilijk te rechtvaardigen dat Panda-Ferrari nog zo vaak wordt gebruikt. Het is een serieuze ontwerpfout. De oplossing is bovendien simpel: maak de scoremethode recht of bol. Dat dit ondanks jarenlange aansporingen van onder andere Jan Telgen, Hans Kuiper, Pieter van Dorth, Richard Lennartz en mijzelf nog vaak niet gebeurt, toont dat het verschil tussen kennis en praktijk hardnekkig is. Tijd dus voor een grens: verbied holle prijsscoremethodes en houd de inkoop van Panda’s en Ferrari’s voortaan uit elkaar.
“Feit dat deze methode nog zo vaak wordt gebruikt, laat zien dat verschil tussen kennis en praktijk hardnekkig is”