Met meer dan 30 jaar betrokkenheid op de teller is Jan Telgen een bekende, maar vooral impactvolle naam in de inkoopwereld. Hij was naast hoogleraar en consultant onder meer oprichter en voorzitter van Nevi Publiek, en initiator van de International Research Study on Public Procurement (IRSPP). Als hoogleraar introduceerde hij het inkoopvak aan duizenden studenten.
Hoe kijkt hij terug op alle ontwikkelingen in de inkoopwereld? En wat wil hij de nieuwe generatie inkopers graag meegeven? Dat lees en bekijk je in dit interview.
https://youtu.be/YU6oU2j0Zx4
Hoe ben je terechtgekomen in het inkoopvak?
“Toeval. Mijn achtergrond is econometrie en ik ben gepromoveerd in de wiskunde. Ik heb lesgeven en onderzoek aan de universiteit en consultancy altijd gecombineerd. In de consultancy werd het onderdeel logistiek – dat zouden we nu supply chain management noemen – zo groot, dat ik niet langer én distributie, én productieplanning, én voorraadbeheer én inkoop kon verzorgen.
Toen heb ik me geconcentreerd op inkoop. Op dat ogenblik was Nevi bezig om voet in de academische wereld te krijgen. Ik was al hoogleraar Toegepaste Wiskunde, dus toen heeft Nevi gevraagd om mijn leerstoel uit te breiden met inkoop.
In het begin hield ik me voor 90% met wiskunde en voor 10% met inkoop bezig. In de loop der jaren is dat veranderd naar 10% wiskunde en 90% inkoop.”
Wat maakte dat je focus verschoof van wiskunde naar publieke inkoop?
“Ik vond het leuk! Tussen wiskunde en de toepasbaarheid in de praktijk zitten meer stappen dan tussen inkoop en de toepasbaarheid in de praktijk. Als consultant moet je je kennis toepassen, dus dat was één van de redenen voor de langzame verschuiving.
Arjan van Weele en ik waren jarenlang de enige twee hoogleraren op inkoopgebied. Van Weeles focus lag op de private sector en de mijne op de publieke sector. Mijn keuze voor de publieke sector kwam doordat ik altijd een behoorlijke maatschappelijke belangstelling heb gehad.
Die trend kwam ook terug in de consultancy: mijn adviesgroep bij PwC had eigenlijk alleen maar klanten in de publieke sector. En toen ik die groep verzelfstandigde tot Significant, lag de focus als vanzelfsprekend op de publieke sector.”
Wat vond je het mooiste aan het hoogleraarschap?
“Als hoogleraar doe je verschillende dingen. In de eerste plaats geef je onderwijs. Werken met jonge mensen is hartstikke leuk. Ik ben er trots op dat zoveel mensen bij mij in de collegebank hebben gezeten, want zo kreeg ik de kans om kleine groepjes doctoraal studenten of zalen met 300 man te laten zien hoe mooi het inkoopvak is. Daar kreeg ik veel waardering voor.
Daarnaast heb je de inhoudelijke kant van het hoogleraarschap. Dat gaat over onderzoek doen. Ik ben blij dat een aantal van mijn promovendi, zoals Fredo Schotanus en Luitzen de Boer, zo ver zijn doorgegroeid in het vak en nu zelf hoogleraar zijn. Dat zij ‘de lantaarn verder kunnen dragen’.
En tenslotte heb je ook nog een publieke functie als hoogleraar. Mijn wiskundige achtergrond was uniek en ik zag dat de wiskundige inzichten nog nauwelijks waren doorgedrongen in inkoop. Daarom vond ik het leuk om de praktijk uit te dagen en te zeggen: ‘Joh, heb je al eens goed gekeken naar wat er gebeurt als je dit doet?’ Dat leverde vaak aha-erlebnissen op.”
Wat was jouw invloed op wet- en regelgeving als hoogleraar?
“Het is niet gebruikelijk in de politiek om advies in te winnen bij de academische wereld. Maar tussen 2000 en 2010 was ik ook voorzitter van Nevi Publiek, en daarvanuit hebben we wel veel invloed kunnen hebben op wat er in Nederland gebeurt. Zo is er een wet – die door de Tweede Kamer al was aangenomen – door de Eerste Kamer afgewezen, omdat wij actie hadden ondernomen.
Deze wet was bedoeld om nadelige effecten van de aanbestedingswet te beperken. Wij hebben toen gezegd: dat kan nooit de bedoeling van een wet zijn. Een wet moet maatschappelijke waarde creëren. Die termen zijn in een nieuwe aanbestedingswet terechtgekomen.”
Heeft jouw wiskundige blik ook impact op inkoop gehad?
“Ik denk dat ik wel kan zeggen dat ik impact op de gunningsmodellen heb gehad. Twintig jaar lang heb ik gestreden tegen relatieve beoordelingen. Wiskundig is met simpele inzichten te zien dat ze allerlei vervelende effecten kunnen hebben, zoals omdraaien wie de winnaar is. Op een aantal plaatsen zijn de relatieve beoordelingen daarom compleet verdwenen; soms zijn ze zelfs niet meer toegestaan door de organisatie.
Ik denk dat ik mijn steentje daaraan heb bijgedragen door steeds weer de effecten van relatieve criteria te benoemen en voorbeelden te laten zien. In de collegebanken, maar ook in bijeenkomsten van gemeenten, conferenties en congressen.”
Over impact gesproken: hoe is de International Research Study on Public Procurement ontstaan?
“Ik heb veel naar internationale inkoop gekeken. Rond 2000 waren er slechts drie hoogleraren publieke inkoop over heel de wereld: Guy Callender uit Australië, Christine Harland uit Engeland en ikzelf. Wij hebben toen de koppen bij elkaar gestoken met het idee: laten we kennis internationaal uitwisselen.
We hebben Chief Procurement Officers van zo veel mogelijk landen uitgenodigd om op één plek bij elkaar te komen. Daaruit is het IRSPP-netwerk ontstaan, de International Research Study on Public Procurement. Iedere twee jaar kwamen we bij elkaar om van elkaar te leren. Er mochten geen pers of consultants bij zijn, enkel de hoogste inkoopprofessionals per land.
Dit waren hele waardevolle uitwisselingen, en dat zijn ze vandaag de dag nog steeds. Het was voor Callender, Harland en mij vooral ook wetenschappelijk interessant om te zien wat er gebeurde, welke inzichten eruit voortkwamen. En voor de CPO’s is het zakelijk interessant om hun collega’s uit andere landen te ontmoeten.”
Wat voor inzichten kwamen voort uit het IRSPP-netwerk?
“We hebben vooral veel geleerd van elkaar en samen een netwerk opgebouwd. Een van de concrete opbrengsten van de IRSPP merkten we bijvoorbeeld tijdens de coronapandemie. Overal ter wereld werden toen mondkapjes ingekocht en wij hebben dat proces destijds onderzocht.
Een van de effecten is dat we nu willen weten hoe de keten achter onze leveranciers eruitziet. Nu wil men dat ook graag in het kader van duurzaamheid weten, bijvoorbeeld omtrent kinderarbeid en de gebruikte materialen.”
Is er nog iets wat je inkoopprofessionals graag zou meegeven?
“Tegen jonge inkopers zou ik zeggen: probeer te voorkomen dat je vast blijft zitten in aanbestedingen draaien. Probeer ook – hoewel de consultant in mij hierin wellicht iets te hard weerklinkt – strategisch over inkoop na te denken. Het aanbestedingskunstje heb je na een paar jaar wel gezien.
Ik heb veel studenten gehad die bij een IT-bureau werkten en daar ERP-implementaties deden. Zij moesten parameters rechtzetten. Als zij goed waren in het instellen van een module, dan kwamen ze nóg verder in die module terecht. Na vijf jaar kwamen ze tot de ontdekking: ik weet heel veel van deze module, maar is dit nu werken? Ben ik hiervoor op aarde? Ik voorzie een soortgelijke situatie als je als inkoper van aanbesteding naar aanbesteding hobbelt.
Een andere hint die ik zou willen geven aan publieke inkopers, is om te zorgen dat je ten minste 20% van je tijd níét achter je bureau doorbrengt, maar bij leveranciers rondloopt om te zien wat daar gebeurt.
Zo ervaar je daadwerkelijk wat de ontwikkelingen in het vakgebied zijn en kun je beter inschatten hoe je een product in een aanbesteding kunt omschrijven. Dit kun je ook zien als een marktconsultatie. Niet eentje waarbij je een enquête de deur uitstuurt, maar een waarbij je bij de leveranciers op locatie kijkt.”