
'Tijd dat leveranciers op óns afkwamen is voorbij'
Rikkert Wulffraat loodst de publieke omroep NOS met zijn vier man sterke inkoopteam door een turbulente tijd.

Beton is geniaal materiaal. Niet voor niets het meest gebruikte bouwmateriaal ter wereld. De productie van cement, het bindmiddel in beton, zorgt alleen wel voor hoge CO2-uitstoot. Toeleveranciers en afnemers zijn naarstig op zoek naar reductie.
Beton bestaat uit cement, water en een of meerdere toeslagmaterialen, zoals zand en grind. Het is het meest toegepaste bouwmateriaal ter wereld. Dat is te danken aan de combinatie van eigenschappen: sterk, onbeperkte toepassingsmogelijkheden, betrouwbare eigenschappen, grondstoffen zijn ruim beschikbaar, gemakkelijk te verwerken, duurzaam (in de oorspronkelijke betekenis van het woord) én goedkoop: een ton beton kost, afhankelijk van de samenstelling, tussen de 150 en 180 euro.
Lang was de supply chain van beton een oase van rust. Inmiddels komt daar door de opwarming van de aarde, en daardoor de noodzaak van CO2-reductie, verandering in. Zeven procent van de wereldwijde CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de betonsector. Dat is voor het overgrote deel te wijten aan de productie van Portlandcement, het bindmiddel in beton en het meest gebruikte cement ter wereld. Dit cement werd ontwikkeld door de Engelse metselaar Joseph Aspdin. Hij vernoemde het naar het grijze hardsteen dat wordt gewonnen op het Isle of Portland. Zijn zoon perfectioneerde het Portlandcement en patenteerde het in 1824. Aspdin had in de verste verte niet kunnen bevroeden welke vlucht zijn uitvinding zou nemen.
“7 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door de betonsector”
De hoge uitstoot is het gevolg van het verhitten van kalksteen in een oven bij een temperatuur van ongeveer 1400 graden. Daardoor ontstaat kalk én CO2. De kalk reageert vervolgens met klei. Het resulterende materiaal, zogenoemde ‘klinker’, wordt vervolgens gemalen tot een fijn poeder. De belangrijkste eigenschap van Portlandcement is de zeer sterke binding met zand, grind en ook staal (voor gewapend beton) en de snelle uitharding van beton. Ook in de bouw geldt: tijd is geld.
“Beton is geniaal materiaal. Het heeft de mensheid welvaart en welzijn gebracht. We moeten met beton kunnen blijven werken, dus moeten we verduurzamen om te voorkomen dat er maatregelen worden genomen. Dat laatste is niet ondenkbaar”, aldus Niki Loonen. Hij is adviseur R&D Civiel bij TBI Bouw, een groot Nederlands bouwbedrijf. Loonen is betonexpert en werkt nu vooral aan verduurzaming van beton in verschillende onderzoekstrajecten. Hij vindt dat duurzaamheid een vast criterium bij de inkoop van bouwmaterialen moet zijn, ook als die wat duurder zijn. Hij constateert dat dat nog onvoldoende het geval is.
Loonen zat ook in het expertteam voor de totstandkoming van het Betonakkoord in 2018. Dat is ondertekend door een brede coalitie van overheden, bouwbedrijven, betonproducenten, grondstoffenleveranciers, recyclers en kennisinstellingen. Het idee is dat de hele betonketen ‘van zand tot en mét klant’ samenwerkt om beton te verduurzamen. Belangrijk hierbij is CO2-reductie voor het gebruikte cement. In het akkoord staan ‘plafondwaarden’, uniforme minimumeisen om bij de inkoop op dezelfde manier uit te vragen, en ‘koploperwaarden’. De laatste zijn strengere eisen die om innovatie vragen.
CO2-reductie vraagt om beweging van de hele toeleveringsketen. Het is een transitie naar een nieuwe manier van werken waarvoor ook de juiste randvoorwaarden moeten bestaan. Loonen: “The one true law is te law of fysics. Natuurwetten kun je niet veranderen. Voor beton bestaan uitgebreide normen. Voor deze transitie moet je ook nieuwe normen schrijven die bijvoorbeeld meer gericht zijn op prestatie dan op samenstelling van het materiaal.”
Op het gebied van vervangende materialen zijn er verschillende mogelijkheden. In plaats van cement als bindmiddel, zijn alternatieven bijvoorbeeld geopolymeren of magnesiumcement. Daarnaast worden industriële bijproducten als vliegas, hoogovenslakken en poederklei al op beperkte schaal toegepast. Recycling van beton en het recyclaat vervolgens hergebruiken in nieuw beton gebeurt al. Maar een grote vlucht lijkt het nog niet te kunnen nemen, zegt Loonen. “Jaarlijks wordt in Nederland zo’n 30 miljoen ton nieuw beton geproduceerd. Door het slopen van gebouwen komt circa 10 miljoen ton beton vrij. Daarvan wordt een miljoen ton gerecycled en dat verdwijnt bijna geheel in de onderlaag van wegen, nauwelijks in nieuw beton. Substantieel meer betonrecyclingfabrieken bouwen is een uitdaging. Er zijn onvoldoende haventerreinen beschikbaar en voor betonrecycling is meer aanbod van gescheiden gesloopt betongranulaat nodig.”
“Zand en grind worden schaarser in Nederland. We moeten dus nieuwe bronnen gaan aanboren”
HeidelbergMaterials is een van de grootste bouwmaterialenproducenten ter wereld, vooral cement, beton en toeslagmaterialen, zoals zand en grind, voor beton. Elke Koehorst is bij Heidelberg Materials Benelux verantwoordelijk voor de inkoop van de grondstoffen voor beton: grind, zand, secundair betongranulaat en additieven, waaronder staalvezels. Ook heeft zij Environment, Social & Governance (ESG), in haar portefeuille. Koehorst staat voor verschillende supply chain-uitdagingen. “Zand en grind worden schaarser in Nederland. We moeten dus nieuwe bronnen gaan aanboren. Bijvoorbeeld toeslagmaterialen uit zee halen of gaan sourcen in het buitenland”, vertelt Koehorst.
Een ander punt zijn de afgelopen jaren de lage waterstanden in de rivieren. Heidelberg Materials Beneluxmaakt in Nederland op 30 locaties beton. Die liggen bijna allemaal aan een rivier. Grondstoffen worden per binnenvaartschip aangevoerd. Een volgeladen binnenvaartschip kan het equivalent van 60 vrachtwagenladingen meenemen. Koehorst: “Bij een lage waterstand kunnen de binnenvaartschepen niet volgeladen varen. Een belangrijk uitgangspunt in onze inkoopstrategie is dat we investeren in duurzame, langetermijnrelaties. Krijg je dan te maken met een aanvoerprobleem, dan betaalt zo’n relatie zich terug. Bij lage waterstanden zijn leveranciers dan bereid voorraad voor je op te slaan of andere alternatieven aan te bieden.”
Bij Heidelberg Materials Benelux wordt op verschillende manieren aan verduurzaming gewerkt. Onder meer door vermindering van het gebruik van water en elektriciteit, het toepassen van gerecycled beton en gecalcineerde klei en binnenkort het afvangen van CO2 in de cementfabriek in het Belgische Antoing. Manager raw materials Koehorst: “De traditionele grondstoffen van beton blijven van belang. Grootste uitdaging is de reductie van de CO2-uitstoot bij de productie van cement. Dat is een opgave voor de héle betonketen. Meer en meer bouwbedrijven zoeken duurzaam beton. Van belang is dat wij dan in de ontwerpfase van het bouwproject met hen samenwerken.”
Koehorst heeft naast het sourcen van grondstoffen ook ESG in haar portefeuille. ESG is een kader dat wordt gebruikt om te beoordelen hoe duurzaam en verantwoord een organisatie opereert. Het kijkt niet alleen naar financiële prestaties, maar ook naar de impact van een bedrijf op de omgeving (waaronder uitstoot), de samenleving, en de manier waarop het bedrijf bestuurd wordt. Op basis van de ESG-onderwerpen moet ook Heidelberg Materials op basis van CSRD rapporteren. Aanvullend hierop heeft het bedrijf ook een CSC-certificaat, wat steeds voor drie jaar wordt afgegeven. Bij de Concrete Sustainability Council Certification wordt naast verduurzaming ook gerapporteerd over de herkomst van de grondstoffen in de supply chain.
Meer beweging in de supply chain van beton zal er ook gaan komen door Europese regelgeving. Concreet: het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en de Industrial Accelerator Act (IAA). Laatstgenoemde wet is recent door het Europese Parlement aangenomen. Kern is het stimuleren van ‘Made in Europe’, via verplichte publieke aanbestedingen, in een aantal kernsectoren, waaronder cement, en tegelijkertijd CO2-reductie bewerkstelligen door innovatie. Via publieke aanbestedingen en steunregelingen moet vraag worden gecreëerd naar laag CO2-materialen.
CBAM is begin dit jaar in werking getreden. CBAM verplicht importeurs van CO2-intensieve producten, waaronder cement, om CO2-certificaten te kopen die overeenkomen met de uitstoot die bij de productie is ontstaan. Dit sluit aan bij de CO2-prijs die Europese producenten al betalen via het EU Emissions Trading System. Het doel is carbon leakage voorkomen: productie die verhuist naar landen zonder CO2-prijs.
Koehorst: “De EU-maatregelen zijn in principe positief voor Heidelberg Materials Benelux. Ze moeten zorgen voor betere, duurzamere en eerlijkere concurrentievoorwaarden voor de cementsector op weg naar klimaatneutraliteit. Tegelijk hadden we graag meer ambitie gezien: duidelijke verzoeken voor laag-CO2-producten en gerichte stimulansen om de vraag naar laag-CO2-cement sneller te vergroten. Daarom steunen we EU-voorstellen zoals een CO2-labelingsysteem en EU-brede minimumdoelen voor het gebruik van laag-CO2-cement in overheidsopdrachten.”
“We moeten beton verduurzamen om maatregelen te voorkomen”
Als CBAM goed wordt ingevoerd, zorgt het voor een eerlijk speelveld, denkt Koehorst. Dat is cruciaal om te kunnen investeren in kostbare decarbonisatietechnologieën, zoals het afvangen van CO2, zonder concurrentievervalsing. “Er zijn wel risico’s. Bijvoorbeeld omzeiling via foutieve verklaringen door klinker-en cementimporteurs en verschuiving van productie of grondstoffen. Voor Heidelberg Materials Benelux is het belangrijk dat deze risico’s goed worden aangepakt. Echte koolstofarme cementen die in de Benelux op de markt komen, mogen niet oneerlijk worden beconcurreerd door cement van buiten de EU met hogere CO2-uitstoot. CBAM moet helpen de kosten te compenseren die voortkomen uit onze decarbonisatiestrategie richting klimaatneutraliteit.”
In de komende jaren gaan de cementproducenten hun recht om CO2 uit te stoten geleidelijk verliezen en moeten ze CO2-rechten inkopen. Betonexpert Niki Loonen verwacht dat cement daardoor duurder wordt als de CO2-impact niet afneemt. CBAM zorgt dat cement uit het buitenland ook ETS-belasting moet gaan betalen bij import naar Europa. Dit om te voorkomen dat de ETS-belasting de cementfabrieken in Europa oneconomisch maakt. Loonen verwacht de volgende vier ontwikkelingen de komende jaren: “Cement zal door ETS/CBAM duurder worden. Verder gaan we meer cementvervangers zoals hoogovenslak, vulkanische as en gecalcineerde klei toepassen. Daarnaast zullen cementfabrikanten meer gebruikmaken van CCS, carbon capture and storage, het afvangen van CO2 bij de cementproductie en in onder meer lege gasvelden opslaan. Ten slotte verwacht ik ook een bredere toepassing van carbon capture and utilization (CCU)-materialen, zoals gecabonateerde olivijn of betonfines.”
In welke verhouding deze vier zaken gaan spelen, hangt volgens Loonen van veel zaken af: “De cementindustrie wil graag door met business as usual en dan wordt cement duurder, en gaan we CCS opschalen. Ik zet wat meer in op cementvervangers en CCU-opschaling omdat ik denk dat dat voor de maatschappij en lange termijn de beste oplossing is: goedkoper en toekomstbestendiger. Uiteindelijk zal het een blend van alle vier worden omdat CCS als laatste redmiddel denk ik wel noodzakelijk gaat zijn. Dus minder cement mét CCS, meer alternatieve bindmiddelen en CCU-materialen.”
Vul hier je gegevens in en ontvang de download in je mail
