Relatief of absoluut beoordelen. Een keuze die inkopers dagelijks maken, zonder daar heel bewust bij stil te staan. Toch heeft die keuze direct invloed op de uitkomst van de gunning. Ruben Boer ontwikkelde als afstudeeropdracht een tool die hiervoor waardevolle inzichten geeft.
Bij het beoordelen van inschrijvingen in aanbestedingen spelen handreikingen en interne formats een grote rol. Zij leggen vaak de nadruk op transparantie en voorspelbaarheid. Absolute systemen voelen daardoor veilig: vaste maatstaven, vooraf bekende puntentoekenning en minder afhankelijkheid van het inschrijvingsveld. Relatieve systemen roepen sneller vragen op, omdat de score mede afhangt van de concurrentie. Toch worden relatieve methoden in Nederland veelvuldig toegepast.
Met TenderMonitor (www.tendermonitor.info) kunnen we begrijpen wat er in de praktijk gebeurt. Deze tool is ontwikkeld als afstudeeropdracht binnen de Rijksinkoopsamenwerking, waarbij een dashboard is gebouwden een AI-script is ontwikkeld dat relevante passages uit aanbestedingsdocumenten automatisch herkent en structureert. Een dashboard dat aanbestedingsdocumenten op schaal doorzoekbaar en vergelijkbaar maakt. Het instrument laat zien welke beoordelingslogica wordt toegepast en welke patronen daarbij ontstaan. De centrale vraag is praktisch: past onze manier van beoordelen nog bij de markt waarin wij inkopen?
Wanneer relatief en wanneer absoluut?
Het onderscheid zit niet in de uitkomst, maar in de rekenlogica. Absoluut betekent dat de score van een inschrijving volledig volgt uit vooraf vastgestelde maatstaven. Denk aan vaste punten, bandbreedtes, kwaliteitsniveaus of evaluatieformules. De beoordeling blijft onafhankelijk van andere inschrijvingen. Relatief betekent dat de score expliciet wordt bepaald in verhouding tot andere inschrijvers. De berekening gebruikt dan een referentie-waarde die afgeleid wordt van alle ingediende inschrijvingen, zoals de beste of slechtste prijs, het gemiddelde prijsniveau, of het best scorende kwaliteitsniveau. De score kan daardoor pas worden vastgesteld zodra alle inschrijvingen bekend zijn.
Terminologie maakt dit onderscheid in de praktijk vaak onnodig verwarrend. ‘De laagste prijs wint’ is niet automatisch relatief. Als de aanbestedende dienst bepaalt dat de laagste (evaluatie)prijs wint zonder normalisatie of afschaling via een formule, dan is dat een absolute gunning. Een beoordeling wordt pas relatief wanneer een referentiewaarde uit het inschrijvingsveld expliciet in een formule wordt gebruikt om andere prijzen of kwaliteitsscores tegen af te zetten. Voor kwaliteit geldt dat ook: een vaste puntenschaal is absoluut; normalisatie tegenover het best scorende kwaliteitsniveau is relatief.
Beoordelingslogica
TenderMonitor labelt per aanbesteding de beoordelingssystematiek als relatief of absoluut. Je kunt per publicatie doorklikken naar scoringsregels en de relevante tekstpassages waarop de classificatie is gebaseerd. Zo zie je welke beoordelingslogica werkelijk wordt toegepast, en niet alleen hoe die in algemene termen wordt omschreven. Wanneer de beschikbare informatie onvoldoende duidelijk is om met zekerheid vast testellen hoe de score tot stand komt, markeert het systeem een aanbesteding als onduidelijk. Dat zegt niet dat de methode onjuist is, maar wel dat de werking op basis van de aanbestedingsdocumenten niet eenduidig te herleiden is.
Het dashboard is nadrukkelijk geen juridisch instrument en neemt geen standpunt in over rechtmatigheid. Het maakt wél vergelijking mogelijk. Patronen in de tijd worden zichtbaar, net als verschillen tussen sectoren en terugkerende keuzes per organisatie. Juist de combinatie van overzicht en detail maakt het dashboard bruikbaar in de dagelijkse aanbestedingspraktijk.
Patronen in zinsopbouw en betekenis
Achter het dashboard zit een IT-proces dat grote aantallen aanbestedingsdocumenten automatisch leest en analyseert. In deze analyse zijn 7200 documenten uit TenderNed verwerkten omgezet naar tekst, waaronder aanbestedingsleidraden, gunningscriteria en bijlagen. Vervolgens gebruikt het systeem AI om relevante passages te herkennen, zoals puntentabellen, wegingsfactoren, kwaliteitsbeoordelingen en prijsformules.
In plaats van alleen te zoeken op trefwoorden, kijkt het model naar patronen in zinsbouw en betekenis: welke formuleringen duiden op vaste normen, en welke juist op een referentie (zoals laagste prijs) die als anker in een formule wordt gebruikt? Op basisvan die signalen kent de AI per document een classificatie toe: absoluut(vaste normen/vaste punten)of relatief (scores via een referentie, verhouding of formule). Als het systeemeen formule of sleutelzin herkent, legt het die onderbouwing vast, zodat de gebruiker kan terugvinden waarom een document is geclassificeerd. De uitkomsten worden vervolgens samengevoegd in één dataset die het dashboard voedt, inclusief filters op periode, CPV-code en geschatte waarde.
Op Tendermonitor.infoiseendashboard te ziendataanbestedingsdocumentenopschaal doorzoekbaar en vergelijkbaar maakt.
Op hoofdlijnen ontstaat een consistent beeld. Niet alle 7200 aanbestedingsdocumenten bevatten echter genoeg informatie om de beoordelingsmethodiek betrouwbaar vast te stellen. Daarom werkt TenderMonitor met een subset van documenten waarin AI met (bijna) zekerheid een beoordelingssystematiek herkent en kan classificeren. Binnen deze geclassificeerde set komt absolute beoordeling iets vaker voor dan relatieve: 57,42 procent is absoluut en 42,58 procent relatief. Relatief beoordelen vormt daarmee nog steeds bijna de helft van de praktijk.
Bewust of onbewust sturen
Relatief beoordelen is vaak routine, en juist daarom relevant. Wat opvalt, is dat relatieve beoordeling niet beperkt blijft tot complexe of innovatieve opdrachten. Ook bij ogenschijnlijk overzichtelijke trajecten, zoals leveringen of standaarddiensten, gebruiken inkopers relatieve mechanismen. Die keuze lijkt lang niet altijd ingegeven door complexiteit, maar vooral door de wens om concurrentie direct te laten doorwerken in de score. Daarbij wordt relatieve beoordeling zelden expliciet gepresenteerd als bewuste keuze. Vaak lijkt het een vertrouwd format: een bestaande formule, een gedegen model, of een template die steeds hergebruikt kan worden. Des te belangrijker om af en toe stil te staan bij de prikkelwerking en uitlegbaarheid. Een beoordelingsmethode stuurt immers altijd; het verschil is of je dat stuur bewust in handen hebt.
Grote verschillen per organisatie
Zodra je inzoomt op individuele aanbestedende diensten verdwijnt elk idee van uniformiteit. Sommige organisaties kiezen consequent voor relatieve methoden, andere juist voor absolute systemen. Die verschillen zijn vaak stabiel en keren terug over meerdere aanbestedingen. De verklaring ligt vaak in historisch gegroeide keuzes. Een eenmaal geaccepteerd scoremodel wordt hergebruikt, aangepast en opnieuw ingezet. Dat is efficiënt, maar het vergroot ook de kans dat het model niet meer aansluit bij de markt of bij het gewenste gedrag van inschrijvers. Het dashboard maakt zichtbaar dat gunningsmethoden geen neutraal detail zijn, maar een sturingsinstrument dat zich in de tijd verankert.
Harde kwaliteitsmaatstaven
Naast verschillen tussen organisaties ontstaan ook duidelijke sectorpatronen. Het type opdracht beïnvloedt de gekozen beoordelingsmethodiek. Bij kennisintensieve en lastig te objectiveren opdrachten, zoals IT-diensten, advies en software ontwikkeling, komt relatieve beoordeling bovengemiddeld vaak voor. In deze markten is het lastig om vooraf harde kwaliteitsmaatstaven vast te leggen. Onderlinge vergelijking brengt dan toch nuance en onderscheid aan, bij prijs en bij kwaliteit. In sectoren waar prestaties beter te standaardiseren zijn, zoals leveringen en routinematige diensten, zie je vaker absolute systemen. Vaste staffels en bandbreedtes bieden houvast en voorspelbaarheid; de score ontstaat dan zonder afhankelijkheid van andere inschrijvingen. Een extra nuance: prijs en kwaliteit gedragen zich niet altijd hetzelfde. In sommige markten wordt prijs relatief beoordeeld, terwijl kwaliteit absoluut blijft, of andersom. Dat wijst op selectief gebruik: inkopers zetten relatieve mechanismen in waar zij het meeste onderscheid verwachten. Filter je op geschatte opdrachtwaarde, dan zie je een duidelijke verschuiving. Bij de hoogste waardeklasse (€15M+) is absolute beoordeling veel dominanter: 210 absolute versus 49 relatieve classificaties. Dit suggereert dat bij hogere financiële impact vaker wordt gekozen voor vaste en expliciete beoordelingscriteria, waarschijnlijk om interpretatieruimte en bezwaar- of discussierisico te beperken.
Keerzijde van relatieve methoden
Relatieve methoden vergroten concurrentiedruk, maar introduceren ook gevoeligheid. Een uitschieter kan het referentiepunt sterk beïnvloeden, waardoor andere inschrijvingen relatief slechter scoren. Dezelfde inschrijving kan bovendien in de ene aanbesteding hoog scoren en in een andere lager, puur doordat het veld anders is. Dat maakt uitleg lastiger, zeker wanneer kleine prijsverschillen tot grote score verschillen leiden. De vraag is daarom niet of relatieve beoordeling goed of fout is, maar of de risico’s expliciet zijn meegewogen bij de keuze voor het model en of de markt de werking vooraf kan begrijpen. Transparantie zit niet alleen in het publiceren van een formule, maar ook in de voorspelbaarheid van de prikkel die zo’n formule creëert.
Vooruitkijken: van label naar risicoprofiel
De volgende stap in deze ontwikkeling is verfijning. Door formules en varianten te herkennen en te wegen, ontstaat onderscheid tussen methoden die veel gevoeligheid introduceren en methoden die dat in mindere mate doen. Zo verschuift de discussie van zwart-wit (relatief versus absoluut) naar inhoudelijk: welke prikkel wil je geven, en welk risico accepteer je? Daarnaast ligt er een praktische doorontwikkeling:
1. Formule herkenning die prijs- en kwaliteitsformules steeds nauwkeuriger uitschrijft en vergelijkbaar maakt;
2. Organisatierapportages waarmee inkopers een rapport kunnen uitdraaien voor de eigen organisatie (trends, CPV-sectoren, methoden, afwijkingen)
3. Continue monitoring, waarbij nieuwe aanbestedingen automatisch worden geanalyseerd zodat signalen direct beschikbaar zijn.
Duurzaam en circulair inkopen begint niet met meer eisen, maar met het stellen van andere vragen
Wie echt duurzaam en circulair wil inkopen, moet durven loskomen van een gewoonte die in veel aanbestedingen nog steeds dominant is: het stellen van eisen.
Esther Pontjodikromo
2026-04-09
Column
9/4/2026
209
Uitgelicht
Indexatie: het jaarlijkse spel tussen leveranciers en opdrachtgevers
Het nieuwe jaar is inmiddels goed op gang gekomen en dat betekent dat de mailboxen weer uitpuilen met de onvermijdelijke indexatievoorstellen.
Chiel Vinke
2026-04-08
Kennis
8/4/2026
156
Uitgelicht
10 inkoopclichés en hoe we ze écht kunnen waarmaken
Wie meedraait in het inkoopvak hoort ze overal: die zinnen die lekker klinken en richting geven aan professioneel opdrachtgeverschap, maar ze komen pas tot hun recht als we ze invullen met concreet gedrag.
Holland Inkoop Professionals (HIP)
Over de auteur(s)
Nevi
bij
Nevi is er al 65 jaar om het inkoopvak naar een hoger niveau te brengen voor het individu, organisaties én de maatschappij.
Uitgelichte artikelen
2026-04-13
Column
13/4/2026
80
Uitgelicht
Duurzaam en circulair inkopen begint niet met meer eisen, maar met het stellen van andere vragen
Wie echt duurzaam en circulair wil inkopen, moet durven loskomen van een gewoonte die in veel aanbestedingen nog steeds dominant is: het stellen van eisen.
Esther Pontjodikromo
2026-04-09
Column
9/4/2026
209
Uitgelicht
Indexatie: het jaarlijkse spel tussen leveranciers en opdrachtgevers
Het nieuwe jaar is inmiddels goed op gang gekomen en dat betekent dat de mailboxen weer uitpuilen met de onvermijdelijke indexatievoorstellen.
Chiel Vinke
2026-04-08
Kennis
8/4/2026
156
Uitgelicht
10 inkoopclichés en hoe we ze écht kunnen waarmaken
Wie meedraait in het inkoopvak hoort ze overal: die zinnen die lekker klinken en richting geven aan professioneel opdrachtgeverschap, maar ze komen pas tot hun recht als we ze invullen met concreet gedrag.