“Ik zie mezelf weer in de klas zitten,” zou iemand zeggen die al jaren in het werkveld zit, maar voor mij was het juni 2024 dat ik de schoolbanken verliet.
Ik zat daar dus nog niet zo lang geleden. Luisterend naar de zoveelste presentatie van een docent die nét iets te enthousiast is over zijn vakgebied. Maar eerlijk is eerlijk: iedere docent vindt zijn vak het mooiste dat er is. En soms werkt dat aanstekelijk. Bij mij gebeurde dat bij inkoop. Totdat de magie even plaatsmaakte voor realiteit: de laatste slide met toetsdata en deadlines. Dáár ging iedereen ineens rechtop voor zitten. Want hoe interessant (of vermoeiend) het verhaal ook was, uiteindelijk wilden we vooral weten: wat moet ik doen en wanneer moet het af zijn?
Je kreeg een casus, deed je deskresearch, werkte het project uit en leverde het in. Overzichtelijk, afgebakend, klaar. Toch? En datzelfde gold voor de inkooptheorie: je analyseert de markt, maakt een inkoopstrategie, voert de aanbesteding of inkoop uit en de beste partij wint, klaar! Tot je eerste opdracht in de inkoop. Want wat niemand je vertelt, is dat de inhoud zelden het moeilijkste is.
Besluitvorming duurt lang…
Op school werk je met deadlines. Bij organisaties werk je met agenda’s. En dan niet alleen die van jezelf, maar die van alle betrokkenen. En die agenda’s? Die zitten vol. Ramvol. Je hebt de strategie uitgewerkt. De risicoanalyse staat. Je bent klaar om te starten. En dan begint het wachten: Op akkoord van de manager, op input vanuit finance, op de stakeholder die “er volgende week wel even naar kijkt”. In het begin voelt dat frustrerend. Later ontdek je dat dit geen vertraging is, maar onderdeel van het proces. Organisaties bewegen nu eenmaal in gezamenlijkheid. Goede inkoop draait dus niet alleen om inhoud, maar ook om timing, afstemming en geduld.
In je eerste opdracht leer je al snel dat het analyseren van de externe markt minstens zo belangrijk is als het begrijpen van je eigen organisatie. Want:
- Wie heeft er invloed?
- Wie beslist écht?
- Wie moet je vóóraf meenemen?
Dat staat nergens in je studieboek, maar bepaalt wel grotendeels je succes.
Weerstand hoort erbij, het gaat erom hoe je er mee om gaat
- “Waarom moet dit via inkoop?”
- “Kunnen we dit niet gewoon verlengen?”
- “Dit kost alleen maar extra tijd.”
Als starter binnen inkoop kan dit best even zoeken zijn. Zeker als je net begint en je je plek nog moet vinden. Maar weerstand betekent niet automatisch dat je ongelijk hebt. Vaak betekent het dat iemand nog niet helemaal zeker is van het proces, haast voelt of risico’s ziet. En hier gebeurt eigenlijk iets moois: in plaats van iets door te duwen, leer je luisteren. Niet harder praten, maar eerst begrijpen wat er écht wordt gezegd en waar de knelpunten liggen.
Wat had ik graag eerder geweten
Dat processen soms traag zijn, maar daardoor wel gedragen.Dat weerstand geen aanval is, maar een uitnodiging tot gesprek. Dat je niet alles hoeft te weten om waarde toe te voegen. En misschien wel het belangrijkste: dat inkoop veel menselijker is dan het op papier soms lijkt.
NB: ook gepubliceerd op Tonii community (Zie tonii community, platform voor inkoopprofessionals)